Kenmerken

Kenmerken van de egel

Alle egels zijn zoolgangers met een tamelijk lange kop, spits en kegelvormig. Ze stappen – net als de mens – op hun hele voet, en niet zoals katten en honden op hun tenen.egeltje Marlies
De egel heeft een dikke spierkap met een stekeldragende huid op zijn rug die bij het oprollen zijn hele lijf verbergt. Dit oprollen doet hij door de spierkap als een zak over zijn lichaam samen te trekken, de pennen richten zich dan op. Zo wordt hij een stijve, stekelige bal.
Een gezonde, volgroeide egel weegt tussen de 800 en 1200 gram, is 20 tot 30 cm lang en heeft een staartje van 2 tot 3,5 cm.
Er is geen verschil in grootte tussen een mannetje en vrouwtje.
De snuit is net als het ondergedeelte behaard en de maximaal 9000 en gemiddeld ongeveer 6000 stekels van 1 à 2 cm lang, waarmee rug en kop zijn bedekt, bieden meestal bescherming genoeg. De egel kan zich namelijk zo goed oprollen, dat er van kop en poten niets meer is te zien.
Bij aanstormende auto’s helpt dit hem echter niet. Met zijn bolle zwarte kraaloogjes ziet een egel slecht.egel verkeer

Des te beter kan hij ruiken. In gezonde toestand heeft hij een hele natte neus. Buiten de normale zintuigen heeft de egel net als bijv. slangen nog een zesde zintuig, nl. het orgaan van Jacobson. Dit extra zintuig ligt tussen het gehemelte en de neusholte en wel vlak voor de inwendige neusopening. Het is een blind eindigend buisje, dat met reukepitheel bekleed is.

Met dit orgaan worden nieuwe luchtjes onderzocht. Eerst ruikt de egel aan de nieuwe geur, daarna komt er een flinke hoeveelheid schuimend speeksel vrij. Als de ervaring is verwerkt, spuugt de egel het speeksel op zijn rug, terwijl hij zich in de vreemdste bochten wringt. Dit doet hij om het orgaan weer schoon en klaar te maken voor nieuwe prikkels.