Voortplanting

Na 9 tot 11 maanden is onze West Europese egel in staat om zich voort te planten.¬†Mannetjes kunnen ‘s nachts soms wel 2 tot 3 kilometer lopen op zoek naar een vrouwtje.

De paartijd loopt, afhankelijk van het weer, van ca. mei tot september. Het vrouwtje zal eerst niets van het mannetje willen weten, maar een beetje mannetjesegel laat zich niet afschrikken. Het vrouwtje maakt hierbij proestende en kuchende geluiden, die tot ver in de egelomtrek te horen zijn. Ze zal hem met de stekels te lijf gaan en rondjes lopen, tot ze in kringetjes langs elkaar lopen: de egel-carrousel.

Uiteindelijk, na soms wel 2 dagen, komt het tot een paring. Het wijfje drukt zich tegen de grond en legt al haar stekels plat. Ze doet haar achterpootjes iets omhoog, waarna het mannetje haar beklimmen kan.

De jongen worden tussen mei en september geboren na een draagtijd van 35 dagen. Soms krijgt een wijfje 2 maal een nest. In mei of juni en in augustus of september. Meestal zijn het 5 tot 7 jongen.babyegels marlies
Ze worden gezoogd door de moeder, die 10 tepels heeft. De jongen worden blind en doof geboren. Hun (witte) stekeltjes liggen in de door vocht gezwollen huid. Deze slinkt langzaam, zodat de ongeveer 100 stekels al na een dag te zien zijn. Na drie dagen groeien de grijs-bruine jeugdstekels uit.
Na ongeveer drie weken gaan de ogen en oren open. De egeltjes zijn nu behaard en hebben al ongeveer 2000 stekels.
In de 6e week vallen de eerste witte stekels weer uit.
Tegen het einde van de derde week verlaten ze af en toe het nest, later volgen ze de moeder en gaan ze ook voedsel zoeken. Rond deze tijd krijgen ze ook een melkgebit. Egels wisselen hun melkgebit na 2 tot 3 maanden voor een blijvend gebit. In de bovenkaak zitten 20 en in de onderkaak 16 tanden.
De kiezen zijn knobbelig.
Na 6 weken moeten ze minimaal 300 gram wegen.
Als de jongen na bijna 2 à 3 maanden zelfstandig zijn, verdrijft de moeder ze.
De jongen blijven vaak bij elkaar, ook tijdens de winterslaap. Dit vergroot hun overlevingskansen.